Bij een tempo van 6 minuten per kilometer loop je 12 kilometer in precies 72 minuten, dus een uur en twaalf minuten. In de Millingerwaard is het realistisch om daar nog 5 tot 10 minuten bij op te tellen, omdat de ondergrond in november vaak zacht en glad is en je soms moet afremmen voor hekken, vee of een modderig stuk.
De rekensom en wat daar bij komt
Zes minuten per kilometer betekent een snelheid van 10 kilometer per uur. Voor 12 kilometer is dat 12 keer 6 is 72 minuten. Loop je 5 minuten per kilometer, dan ben je na 60 minuten klaar, bij 7 minuten per kilometer duurt het 84 minuten.
- 5:00 min/km: 60 minuten
- 5:30 min/km: 66 minuten
- 6:00 min/km: 72 minuten
- 6:30 min/km: 78 minuten
- 7:00 min/km: 84 minuten
Op een natuurgebied met onverharde paden loop je gemiddeld 5 tot 10 procent langzamer dan op asfalt. Een tempo van 6 minuten op de weg wordt in de Millingerwaard dus al snel 6:20 tot 6:40. Dat brengt je totaaltijd op 76 tot 80 minuten.
Wat je kunt verwachten in november
Het najaar brengt regen, wind van de rivier en een lagere temperatuur. Na een regenperiode kan het water in de uiterwaarden stijgen en liggen sommige paden onder water. Bekijk daarom voor vertrek het actuele waterpeil van de Waal en kies bij hoog water voor een route over de dijk. Draag schoenen met profiel, want de klei in de uiterwaard is bij nat weer glibberig.
Het gebied is ook leefgebied voor grote grazers zoals Galloways en konikpaarden. Houd afstand, loop niet tussen dieren door en neem geen hond los mee. Op een rustig ochtendmoment zie je het wild vaak goed, maar dan loop je uiteraard wat langzamer.
Zo bouw je de 12 kilometer op
Ben je niet gewend om 12 kilometer te lopen, begin dan met 6 tot 8 kilometer en bouw per week met niet meer dan 10 procent op. Dat voorkomt blessures aan knieën en achillespezen. Een loopschema van drie keer per week, met twee korte en één langere duurloop, is voor de meeste beginners haalbaar. Neem bij 70 minuten of meer iets te drinken mee, vooral als het droog en winderig is.
Wat trek je aan en neem je mee
Bij 5 tot 8 graden draag je een lichte loopjas, een lange tight en dunne handschoenen. Een muts is niet altijd nodig, maar een buff om je nek houdt de koude wind tegen. Bij regen is een jas met capuchon fijn, maar let op dat je niet oververhit raakt. Neem je telefoon mee voor noodgevallen, want het bereik kan in de uiterwaarden wisselen.
Plan de terugweg niet te krap
Het wordt in november rond half vijf donker. Wie 72 tot 80 minuten wil lopen, begint dus bij voorkeur vóór drie uur 's middags. Zo ben je zeker op tijd terug en hoef je niet door het donker over modderige paden te lopen. Een hoofdlamp is een handig reservemiddel als je tóch later vertrekt.