Wie in de zomer door de Millingerwaard struint, komt vroeg of laat oog in oog te staan met een kudde grote grazers. Ze horen bij het wilde karakter van dit natuurgebied langs de Waal, maar het blijven grote dieren die je met respect tegemoet moet treden. Welke soorten lopen hier rond, en hoeveel afstand houd je het beste? Hieronder lees je het.
Konikpaarden en Gallowayrunderen
In de Millingerwaard zorgen twee soorten begrazers voor een open, gevarieerd landschap: konikpaarden en Gallowayrunderen. De konikpaarden zijn grauwgrijs met een donkere aalstreep over de rug en stammen af van een oud, taai type paard. De Gallowayrunderen zijn zwart en ruigbehaard en voelen zich ook op natte, moerassige plekken thuis. Beide grazen het hele jaar buiten en houden zo struiken en gras in balans, wat ruimte geeft aan bloemen, vogels en insecten.
Houd minimaal 25 meter afstand
Hoe rustig de dieren er ook uitzien, ze zijn niet tam. De vuistregel is om minstens 25 meter afstand te houden, en zeker in het voorjaar en de zomer, wanneer er veulens en kalfjes tussen de kudde lopen. Een moederdier kan onverwacht fel reageren als het zich bedreigd voelt. Kom dus nooit tussen een moeder en haar jong, en loop met een boog om de kudde heen.
Wat je beter niet doet
Voer de dieren nooit: menselijk voedsel is slecht voor ze en maakt ze opdringerig. Aai ze niet en probeer geen selfie van dichtbij te maken. Heb je een hond bij je, houd die dan aangelijnd, want loslopende honden kunnen de kudde opjagen en een gevaarlijke situatie veroorzaken. Merk je dat een dier onrustig wordt, met de kop schudt of naar je toe stapt, loop dan rustig achteruit weg zonder te rennen.
Zo geniet je veilig van de dieren
Neem een verrekijker mee, dan zie je de kudde mooi van een veilige afstand. De vroege ochtend en de avond zijn de beste momenten, omdat de dieren dan actief grazen en het minder warm is. Blijf op de bredere struinpaden en let op de informatieborden bij de ingang van het gebied. Zo beleef je het wilde karakter van de Millingerwaard zonder de dieren of jezelf in de problemen te brengen.
Kort samengevat: in de Millingerwaard leven konikpaarden en Gallowayrunderen als natuurlijke grazers. Houd minimaal 25 meter afstand, voer ze nooit en geef vooral moeders met jongen alle ruimte. Zo blijft een wandeling langs de Waal voor iedereen een plezier.