Wanneer zie je de meeste ganzen in de Ooijpolder bij Millingen in oktober en november?

Wanneer zie je de meeste ganzen in de Ooijpolder bij Millingen in oktober en november?

De grote ganzentrek boven de Ooijpolder en de Millingerwaard komt op gang vanaf de tweede helft van oktober en bereikt zijn hoogtepunt in november en december. Wil je de indrukwekkende groepen van duizenden kolganzen en grauwe ganzen zien, plan je bezoek dan tussen half november en eind januari, bij voorkeur in het eerste uur na zonsopkomst of het laatste uur voor zonsondergang. Dan vliegen de vogels in lange linten tussen de slaapplaatsen op het water en de graslanden waar ze overdag grazen.

Welke ganzen komen er naar de Gelderse Poort?

De Ooijpolder en de Millingerwaard liggen precies op de route van ganzen die uit Scandinavië, Rusland en Siberië naar het zuidwesten trekken. De kolgans is verreweg de talrijkste: op een goede winterdag kunnen er tienduizenden in de polder zitten. Daarnaast zie je grauwe ganzen, die deels het hele jaar blijven, en in kleinere aantallen brandganzen, rietganzen en af en toe een dwerggans. Vanuit de kijkhut bij de Bisonbaai of langs de Erlecomsedam heb je vaak in één blik meerdere soorten door elkaar.

De eerste kolganzen druppelen meestal begin oktober binnen, maar de echte aantallen volgen pas als het in Noord-Duitsland en Denemarken gaat vriezen. Een strenge kou in het noordoosten van Europa betekent binnen een paar dagen duizenden extra vogels in de Ooijpolder. In een zachte herfst kan de piek daarom een paar weken later vallen dan gewoonlijk.

Het beste tijdstip op de dag

Ganzen slapen op open water, waar ze veilig zijn voor vossen. In de Gelderse Poort zijn dat vooral de plassen in de Millingerwaard, de Bisonbaai en de oude Waalstrangen. Bij het eerste licht vliegen ze in grote groepen naar de weilanden om te grazen, en tegen de avond keert de hele kolonie terug. Die twee momenten leveren het spektakel op: het geluid van duizenden roepende ganzen boven de dijk is iets wat je niet snel vergeet.

In oktober is zonsopkomst rond 8.00 uur en in november rond 7.45 uur, terwijl de zon in november al rond 17.00 uur onder gaat. Overdag zijn de ganzen ook goed te zien, maar dan zitten ze verspreid over de graslanden en moet je wat meer zoeken. Neem een verrekijker mee; de vogels houden een flinke afstand.

Waar sta je het beste?

Vanuit Millingen aan de Rijn fiets je in een kwartier naar de Millingerwaard, waar de dijkweg en de kijkhut bij de Millingerduin mooie uitzichtpunten bieden. Verder de polder in zijn de Ooijse Bandijk tussen Ooij en Erlecom en de omgeving van de Bisonbaai bij Persingen de klassieke plekken. Blijf op de dijk of de paden en ga niet de weilanden in: opgejaagde ganzen verbruiken energie die ze in de winter hard nodig hebben.

Wat je meeneemt en waar je op let

De dijk in november is guur. Reken op wind en neem een extra laag mee, ook als het in het dorp nog meevalt. Een thermoskan koffie is geen overbodige luxe als je bij zonsopkomst wilt staan. Trek stevige schoenen aan, want de paden in de uiterwaarden zijn na regen modderig. Wie met de auto komt, parkeert bij de ingang van de Millingerwaard of in Ooij en loopt of fietst het laatste stuk.

Houd de waterstand van de Rijn in de gaten. Bij hoogwater in november of december staan delen van de uiterwaarden onder water en zijn sommige paden afgesloten, maar juist dan zitten de ganzen vaak nog dichter bij de dijk.

Zo plan je een ganzenochtend vanuit Millingen

Kies een heldere, windstille ochtend in de tweede helft van november, sta een halfuur voor zonsopkomst op de dijk bij de Millingerwaard en wacht tot het licht wordt. Binnen een kwartier komen de eerste groepen over. Wie het na een keer te pakken heeft, komt in december terug: dan zijn de aantallen nog hoger en is de kans op zeldzamere soorten als de roodhalsgans het grootst.